UA-97226585-1
  • darkblurbg
  • darkblurbg
  • darkblurbg
  • darkblurbg

Communicatie tussen hersenen en darmen

Gepubliceerd op: 12-02-2019

Je hebt vast weleens gehoord over de hersen-darm-as of het feit dat je hersenen en darmen met elkaar communiceren. Maar hoe werkt dat nu precies?

Vanuit de hersenen loopt de 10de hersenzenuw (we hebben er 12 in totaal) via de nek en borstkas naar de darmen en vertakt zich zo over het hele spijsverteringsstelsel. Via deze zenuwen wordt informatie doorgegeven. 80% van deze informatie gaat van de organen naar de hersenen en 20% gaat van de hersenen naar de organen. De meeste communicatie vindt dus plaats vanuit onder andere onze darmen naar de hersenen en dus niet andersom. Deze 10de hersenzenuw wordt de nervus vagus genoemd.

Wat voor informatie uitwisseling vindt er zoal plaats vanuit het spijsverteringsstelsel via deze nervus vagus:

  • Welke voedingsstoffen voorbij komen in het darmkanaal en of dus de vertering plaats moet gaan vinden. In dat geval zal er een signaal vanuit de hersenen komen om maagzuur te gaan produceren of spijsverteringsenzymen
  • Als er schadelijke stoffen binnen komen, is het nodig om dan bijvoorbeeld te gaan overgeven? Ook dit wordt geregeld.
  • Er komen signaalstoffen vrij zoals hormonen die weer signalen doorgeven en bepaalde verteringsfuncties stimuleren of afremmen zoals bijvoorbeeld de beweging van de darmen

Onze darmen bevatten meer zenuwcellen dan onze ruggengraat. Deze zenuwcellen worden de hele dag door geprikkeld door alles wat voorbij komt in onze darmen. Dit gaat niet rechtstreeks, maar kan op de volgende manieren:

  • De zenuwcellen komen zelf niet rechtstreeks uit in de darmen. De darmbacteriën maken stoffen aan, deze stoffen gaan door de darmwand en bereiken dan de zenuwcellen. De signalen worden zo doorgegeven naar de hersenen.
  • Of er worden darmcellen geactiveerd door de stoffen die darmbacteriën uitscheiden, waarop de darmcellen hormoonachtige stoffen of neurotransmitters (denk aan serotonine en dopamine) aanmaken die op hun beurt weer zenuwen activeren. Deze zenuwen geven dan weer informatie door aan de hersenen. Er kunnen op die wijze 30 verschillende soorten neurotransmitters aangemaakt worden.

Op die manier worden dus signalen van stoffen die binnen komen doorgegeven. Hierbij kun je denken aan voedingsstoffen, maar ook micro-organismen (bacteriën, schimmels, parasieten bijvoorbeeld) die via de voeding binnen komen of stoffen die deze micro-organismen weer aanmaken. Deze informatie wordt vervolgens doorgegeven aan de hersenen. De hersenen geven op hun beurt weer informatie door aan de nervus vagus en de bijnieren waardoor het zenuwstelsel, het hormonale stelsel en het immuunsysteem weer beïnvloedt worden. Het is de hele dag door dus druk verkeer met informatie uitwisselen om daar vervolgens weer een reactie op te geven.

De darmbacteriën kunnen zowel goede als slechte stoffen aanmaken. Dit is afhankelijk van het soort darmbacteriën dat aanwezig is (de verschillende soorten samen) , maar ook van de voedingsstoffen die worden afgebroken in de darm. Zo kunnen de darmbacteriën de nervus vagus stimuleren of juist afremmen en zo een ontstekingsbevorderend of ontstekingsremmend effect hebben.

De goede darmbacteriën beïnvloeden bovenstaande processen op de volgende manieren:

  • Ze zorgen voor de aanmaak van antibiotische stoffen als reactie op ziekteverwekkers die binnenkomen
  • Ze maken hormonen aan zoals serotonine en dopamine en communiceren op deze manier met onze hersenen
  • Ze geven informatie door via de nervus vagus en kunnen de bijnieren stimuleren of afremmen (de bijnier speelt een grote rol in het omgaan met stress)

Je kunt je dus voorstellen dat wanneer de samenstelling van de bacteriën verandert, dat de communicatie ook anders wordt in het lichaam. Stress heeft bijvoorbeeld een negatieve invloed op de darmbacteriën en zorgt ervoor dat bijvoorbeeld de stressrespons wijzigt of dat je last krijgt van angstgevoelens.

Het is dus belangrijk onze darmbacteriën te vriend te houden en ze goed te behandelen. Hoe kun je dit doen:

  • Door voldoende rust te nemen. Stress is prima, maar niet langdurig. Zorg dat je ook tijd neemt om te herstellen
  • Door het eten van vezelrijke voeding voedt je de goede darmbacteriën
    • Dit zit met name in groenten, fruit, peulvruchten, noten, zaden, havermout
  • Voeding die voldoende prebiotica bevat. Zie ook mijn recent verschenen artikel over prebiotica.
  • Door voldoende inname van omega-3 vetzuren: dit zit met name in vette vissoorten (bv zalm, makreel, haring, tonijn), maar ook in lijnzaad, algen en wieren
  • Door voldoende beweging
  • Door weinig alcohol te drinken
  • Door zo min mogelijk medicijnen te gebruiken en zeker zo min mogelijk antibiotica

Bronnen:

PlaceboNocebo jan/feb 2019, nummer 41